Recensie lezing DSM Utrecht

Maandagavond 31 oktober is het afgeladen vol in het Polman’s Huis Café. Tijdens deze editie van het Architectencafé geven Herald Roelevink van bureau Dolte en Ton Baetens van Politiek Online een lezing over het Dynamisch Stedelijk Masterplan (DSM) Utrecht.

Een plan om de komende twintig jaar 6.000 tot 10.000 woningen binnen de stad te bouwen (‘inbreiden’) én de bewoners van Utrecht direct te betrekken bij het herontwikkelingsproces. Een pleidooi voor de zelfbouwende stad. Een kans om samen met bewoners op intelligente wijze de stad creatiever, onvoorspelbaarder en levendiger te maken. Een plan dat past in de trend van ‘ruimtelijke ordening van onderaf’.

Transformatie
Herald Roelevink toont eerst eerdere projecten waarbij bestaande locaties een nieuwe invulling kregen. Bijvoorbeeld Hart van Zuid in Hengelo, waar op het voormalige terrein van Stork de fabriek met al zijn geschiedenis is getransformeerd tot een prachtige centraal gelegen eigentijdse onderwijsinstelling.

In Utrecht wilde de universiteit een meer herkenbare aanwezigheid van de UU in de historische binnenstad, een betere kwaliteit van huisvesting en bestaande voorzieningen clusteren. De UU en de gemeente hadden hier een heel duidelijke gezamenlijke visie en ambitie. Het eindresultaat is een ontmoetingsplek die verankerd is in de stad.

Het Veemarktterrein is een van de locaties van het DSM. Aangewezen als toekomstig woongebied, met minimaal 500 nieuwe woningen. De gemeente speelt hier een rol bij het verbinden van initiatieven. In een vroeg stadium zijn eindgebruikers bij dit plan betrokken, via focusgroepen en een ‘toekomstmarkt’. De volgende stap was een ‘bouwmeemarkt’, waar toekomstige bewoners hun plannen om zelf een huis te bouwen, konden bespreken met specialisten.

E-participatie
Met verse batterijen in de microfoon beschrijft Ton Baetens meerdere voorbeelden van projecten waarbij burgers inspraak hebben via laagdrempelige interactieve media als Twitter. Volgens hem een moderne manier om projecten te realiseren en beleid te ontwikkelen. Burgers zijn ‘just one click away’.

Het past bij de combinatie van een terugtredende overheid en mondigere burgers. Door inwoners in een vroeg stadium te betrekken krijg je meer sociale cohesie en voorkom je kritiek achteraf. Voorbeelden zijn de invulling van de spoorzone in Delft en de toekomstvisie voor Eindhoven 2040. Bedenk bij elk project: er is altijd wel een bestaand netwerk dat je kunt gebruiken.

Het DSM
Het tweede deel van de avond gaan Roelvink en Baetens in op de invulling van het DSM. Via een digitaal stadsdebat, georganiseerd door Politiek Online, konden inwoners en partijen ideeën aandragen voor verschillende plekken in de stad waar zij kansen voor herontwikkeling zien. Het resultaat is gezamenlijke verantwoordelijkheid, eigenaarschap en kennisdeling gebundeld in een interactieve PDF: het Dynamisch Stedelijk Masterplan.

Ruim 200 inzendingen, 500 reacties en 26 collages met veelbelovende ideeën, ambities en vingeroefeningen laten zien hoe de wording van de stad een fantastische improvisatie zou kunnen zijn. Twaalf beoogde locaties (braakliggende plekken, voormalige bedrijventerreinen, leegstaande kantoorgebouwen) bieden allerlei kansen voor herontwikkeling naar bijzondere woon- werkomgevingen die iets toevoegen aan de stad Utrecht.

  • Rotsoord
  • Cartesiusdriehoek
  • Spoorzone Tweede Daalsedijk
  • Leeuwensteyn Zuid
  • Welgelegen
  • Veemarkt
  • Kruisvaartkwartier
  • Belastingkantoor
  • Jaarbeurskwartier
  • Rioolwaterzuivering a/d Vecht
  • KPN-terrein Rubenslaan
  • Merwedekanaalzone

De verschillende locaties passeren de revue, elk met andere uitdagingen. Vragen die je kunt stellen: wat is duurzamer, hergebruik of sloop? Hoe verhoudt wonen zich tot andere gewenste functies? Waar is het meeste behoefte aan, bijvoorbeeld studentenhuizen? In hoeverre moet je rekening houden met speciale doelgroepen, zoals kenniswerkers?

Per locatie worden ideeën gebundeld over wat het perspectief is, wat de gewenste ontwikkelingsstrategie is en hoe de stedelijke thema’s kunnen worden ingevuld, zoals wonen, bereikbaarheid en openbare ruimte. Uit het digitale stadsdebat is bijvoorbeeld gebleken dat burgers groen en water belangrijker vinden dan vooraf werd gedacht.

Als voorbeeld worden collages van de Cartesiusdriehoek getoond, met de invalshoeken ‘wonen, winkelen en kleinschalige bedrijvigheid’, ‘Cartesius duurzaam’ en ‘grootstedelijke bouw op schaal van het CAB’. Dit leidt tot verschillende perspectieven voor het gebied: ‘bruisende culturele hotspot’, ‘wonen en werken in een autoloze / -luwe duurzame buurt’ en aandacht voor sociale duurzaamheid en levenskwaliteit.

De rol van de gemeente kan per locatie verschillen: acteren, regisseren of faciliteren. Bij een locatie als het KPN-terrein waar een woningcorporatie al concrete plannen heeft, hoeft de gemeente misschien alleen te faciliteren. Bij het Jaarbeursterrein zal de gemeente nadrukkelijker moeten acteren en regisseren. Soms kunnen de wensen van de gemeente ontwikkelende partijen ook in de weg zitten, bijvoorbeeld bij Rotsoord.

In het vervolg van DSM kunnen thema’s aan de orde komen als:

  • Hergebruik van panden
  • Tijdelijke invulling van braakliggende terreinen, bijvoorbeeld met stadstuinbouw
  • Ruimte voor kleinschalig opdrachtgeverschap en zelfbouwinitiatieven
  • Speciale aandacht voor studentenhuisvesting

Het DSM heeft een dynamisch karakter. Er kunnen nieuwe gebieden bijkomen, maar reeds geselecteerde gebieden kunnen ook tegenvallen.

Conclusie & discussie
De opgave is omvangrijk, ambitieus en vraagt een nieuwe oriëntatie van beleidsmakers en bouwers. Als de overheid een minder sturende rol heeft en bewoners actief meedenken en meebouwen aan stedelijkheid, zijn ‘open’ kaders en structuren die vrijheid verdragen noodzakelijk.

Het DSM is zo’n ‘open’ ontwikkelingstraject. Een groeiend platform met ideeën, kansen, kennis en natuurlijk ook discussie. Hoe democratisch is het masterplan, zijn echt alle lagen van de bevolking vertegenwoordigd? En is het erg als dat niet zo is? Is het wenselijk is dat elke vierkante meter in de stad wordt ontwikkeld? Moet je ook niet wat ‘rafelranden’ overlaten? Moet je een complete gebiedsontwikkeling plannen, of kun je ook dingen spontaan laten gebeuren, kijken wat werkt in de praktijk (zie b.v. Berlijn Tempelhof)? Gaan we toe naar een zelf te bouwen stad (urban jazz)?

Het DSM is een energiek en optimistisch begin. The best is yet to come. Take it away, Utrecht…

Recensie door Roel van de Pas (BURO BOUWSTOF) en Hans Dinkelberg (Uitdragerij.nl) op verzoek van het Architectencafé.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *